Wet DBA: de verschillen tussen de werknemer en de zzp’er – Deel II

In deel 1 van deze reeks is uitgewerkt wat het verschil is tussen een werknemer en een zzp’er. In dit deel wordt verder ingegaan op de gezagsverhouding tussen de werkende en de opdrachtgever. In een nieuwe bijlage van het Handboek Loonheffingen 2018 gaat de belastingdienst in op de verschillende handvatten die opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen gebruiken om te beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking aan de hand van het criterium “gezag”. In het regeerakkoord is afgesproken dat de inhoud van het begrip ‘gezagsverhouding’ per 1 januari 2019 verduidelijkt zou moeten zijn. In de bijlage die in dit artikel centraal staat is dit verwerkt.

In de bijlage wordt ingegaan op de verschillende elementen die een rol spelen bij de vraag of sprake is van een gezagsverhouding. Benadrukt wordt dat bij deze beoordeling alle elementen in hun onderlinge verhouding een rol spelen. Geen element is op zichzelf doorslaggevend.

De beoordeling van een gezagsverhouding moet volgens de bijlage plaatsvinden op grond van de volgende elementen:

Leiding en toezicht
Onder dit element verstaan we de invloed die een opdrachtgever kan uitoefenen op de werkende. Indien de opdrachtgever aanwijzingen kan geven die de werkende moet opvolgen en die verder gaan dan het bepalen van het doel van de opdracht, dan ligt een gezagsverhouding voor de hand. Ook indien de opdrachtgever in verband met de eenvoud van het werk (bijvoorbeeld aardbeien plukken) nauwelijks aanwijzingen geeft, kan er alsnog sprake zijn van een gezagsverhouding. Hierbij geldt: hoe concreter het resultaat en de duur van de opdracht, hoe aannemelijker het is dat de werkende buiten gezag werkt.

Vergelijkbaarheid personeel
Bij dit element moet worden gekeken of de verhouding tussen de opdrachtgever en de werkende vergelijkbaar is met de verhouding tussen de opdrachtgever en het personeel dat in dienst is bij de opdrachtgever. Contra-indicaties zijn bijvoorbeeld dat de werkende over specifieke kennis of vaardigheden beschikt die de werknemers niet hebben of dat de werkende een duidelijk hogere beloning ontvangt voor zijn werkzaamheden.

Indien de werkende werkzaamheden verricht die een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormen, dan duidt dit op gezag. Een schilder die wordt ingehuurd om een advocatenkantoor te schilderen zal geen werkzaamheden verrichten die een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering zijn. In dat geval is er vaak geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

Werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen
Indien een werkende niet vrij is om zijn eigen werktijden en locatie te kiezen, dan duidt dit op een gezagsverhouding. In sommige gevallen moet de arbeid verricht worden op een bepaalde tijd op een bepaalde plek. Denk bijvoorbeeld aan een bouwplaats. Dat een werkende in dat geval geen eigen keuze heeft wat betreft het indelen van werktijden en locatie dan betekent dit dus niet dat er sprake is van een gezagsverhouding.

Indien de werkende eigen bedrijfsmiddelen gebruikt zoals een eigen auto of vrachtwagen dan is dit echter wel een belangrijke contra-indicatie.

Manier waarop de werkende naar buiten treedt
De vraag die hier gesteld moet worden is in hoeverre de werkende daadwerkelijk onderdeel uitmaakt van de organisatie. Indien de werkende verplicht is om bedrijfskleding te dragen met een logo van de opdrachtgever dan wijst dit op een gezagsverhouding.

Overige relevante aspecten
Naast de bovenstaande elementen noemt de bijlage nog enkele overige relevante aspecten.

Als eerste wordt er gewezen op de verdeling van risico’s tussen de werkende en de opdrachtgever. Indien de opdrachtgever risico’s, zoals aansprakelijkheid voor schade (aan derden), draagt dan duidt dit op een gezagsverhouding. Hetzelfde geldt indien de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de kwaliteit.

Ten tweede wordt het concurrentie- en relatiebeding genoemd. Het opnemen van deze bedingen in een overeenkomst kan wijzen op een gezagsverhouding. Een belangrijk kenmerk voor een zelfstandige is immers de vrijheid om werkzaamheden te verrichten voor meerdere verschillende opdrachtgevers.

Als laatste wordt er gewezen op de beloning. Indien de beloning wezenlijk anders is dan voor werkenden in loondienst, dan wijst dit op het ontbreken van een gezagsverhouding.

Conclusie
Deze elementen zijn uiteraard niet uitputtend. Ook andere elementen kunnen meespelen bij de beoordeling of er sprake is van gezag. De belastingdienst zal aan de hand van dit besluit moeten beoordelen of er sprake is van een gezagsverhouding. Indien je vragen hebt over de gezagsverhouding of meer zekerheid wil over jouw positie, kan Lady Lawyer jou helpen met het opstellen van een arbeidsovereenkomst (in het geval van gezagsverhouding) of een overeenkomst van opdracht (bij het ontbreken van een gezagsverhouding).

Macey Veldhuis

Macey Veldhuis (1993) is een enthousiaste juriste met een passie voor het arbeidsrecht. Momenteel is zij bezig met het afronden van de master Nederlands recht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast heeft zij praktische ervaring opgedaan in onder meer het privacyrecht door werkzaam te zijn als bedrijfsjurist. Met veel kennis en enthousiasme deelt zij graag haar kennis over het recht door regelmatig te schrijven voor Ladylawyer.nl.