(G)een wettelijk recht op thuiswerken?

Het afgelopen jaar hebben we nog nooit zoveel thuisgewerkt. Voor velen was dit op het begin wennen, maar uit onderzoek is gebleken dat ongeveer de helft het wel ziet zitten om een aantal dagen per week thuis te blijven werken na de pandemie. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel waardoor werknemers meer vrijheid krijgen bij het bepalen van de werkplek. Hoe is de arbeidsplaats nu geregeld en wordt het thuiswerken de nieuwe toekomst?

Hoe is je werkplek nu geregeld?

Op dit moment is de Wet flexibel werken (Wfw) van toepassing. Werknemers kunnen bij hun werkgever een verzoek doen om de arbeidsplaats, arbeidsduur en/of werktijden aan te passen. Toch is het recht op aanpassing van de arbeidsplaats op dit moment minder goed geregeld dan het recht op aanpassing van de arbeidsduur en werktijden. Bij de aanpassing van arbeidsduur en werktijden geldt een zogenaamd ‘geclausuleerd verlofrecht’: de werkgever mag het verzoek alleen afwijzen wanneer zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen zich ertegen verzetten. 

Over een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats is alleen nog niets in de wet opgenomen. Dit betekent dat de werknemer een verzoek mag doen, de werkgever het verzoek in behandeling kan nemen, maar er verder geen wettelijke grondslag ligt voor toewijzing van het verzoek. Het antwoord nee, zonder zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen, is al voldoende.  

Wetsvoorstel ‘Werken waar je wilt’

Op 27 januari 2021 is het initiatiefwetsvoorstel ‘Werken waar je wilt’ ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is bedoeld om ervoor te zorgen dat werknemers meer vrijheid krijgen in hoe zij de balans tussen werken op werklocatie en het thuiswerken willen organiseren. De Wet flexibel werken wordt dan gewijzigd. Een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats wordt door dit wetsvoorstel op dezelfde manier behandeld als een verzoek om aanpassing van de werktijd of arbeidsduur. Dit houdt in dat een reden voor afwijzing van het thuiswerken te maken moet hebben met zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen. 

De mening van werkgevers 

Werkgevers zien niet veel in deze eventuele verandering. Volgens het nieuwe wetsvoorstel zou een werkgever moeten aantonen dat een zwaarwegend bedrijfsbelang het werken vanuit huis van een werknemer in de weg staat. Volgens de werkgeversorganisatie AWVN ligt deze drempel te hoog, terwijl er ook voldoende gronden te bedenken zijn om van een zwaarwegend bedrijfsbelang te spreken. Hierbij kun je namelijk denken aan: meer momenten voor teamoverleg en klantcontact, het stimuleren van creativiteit en het intensiever begeleiden van werknemers. 

De mening van werknemers en vakbonden

Vakbonden staan wel achter het wetsvoorstel. FNV-vicevoorzitter Kitty Jong gaat zich binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) sterk maken voor dit wetsvoorstel. De politiek heeft de SER om advies gevraagd. Volgens Jong hebben werknemers nu te weinig te zeggen over hun werkplek. 

Werknemers zijn het afgelopen jaar positiever gaan denken over thuiswerken. Zeven op de tien werknemers in de financiële sector, zakelijke dienstverlening en de overheid willen in de toekomst afwisselend thuis en op kantoor gaan werken. Werknemers geven aan dat zij thuis productiever zijn. 

De toekomst 

Op dit moment ligt het wetsvoorstel nog bij de Tweede Kamer. Het is dus de vraag of dit wetsvoorstel wordt aangenomen. Wanneer dit wetsvoorstel wordt aangenomen zullen werknemers hier vermoedelijk wel gebruik van willen maken. Voor de meeste werknemers is het ideaal om de helft van de week op kantoor te werken en de helft van de week thuis te werken. Maar ook wanneer het wetsvoorstel niet wordt aangenomen, is het mogelijk om wat meer thuis te werken. Uit de praktijk blijkt dat er al een aantal zaken bij de rechter hebben gelegen, maar vaak komen werkgever en werknemers er in onderling overleg wel uit.  Het thuiswerken kan ook geregeld worden via CAO of een arbeidsovereenkomst. 

Wel of geen recht op thuiswerken? 

Op dit moment is het als werknemer lastig om de arbeidsplaats aan te passen. Er is namelijk geen wettelijke regeling die daarop ziet. Daar kan verandering in komen, nu er een wetsvoorstel op tafel ligt waarbij de werkgever het verzoek alleen mag afwijzen, wanneer er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen. 

Let op: afhankelijk van wanneer je dit artikel leest kan deze informatie verouderd zijn. De artikelen op deze website bevatten algemene juridische informatie, maar uitdrukkelijk geen één-op-één advies. Hulp nodig bij jouw specifieke situatie? Neem dan contact met ons op. 

Selene van Ee

Selene van Ee (2000) is een gedreven student HBO-Rechten aan de Hogeschool Leiden. Momenteel zit zij in het derde jaar van de opleiding, waar zij door middel van een stage kennismaakt met de juridische praktijk. Met veel enthousiasme deelt zij graag haar kennis over het recht door te schrijven voor Ladylawyer.nl
Scroll naar top