Media in de rechtspraak

Het is algemeen bekend dat rechtspraak openbaar hoort te zijn. Transparantie over de werking van het Nederlandse rechtssysteem en hoe uitspraken van rechters gemotiveerd worden, wordt in Europa gezien als een belangrijke norm. Maar waarom vinden wij het zo belangrijk om te kunnen zien wat er achter de deuren van een rechtszaal afspeelt? In dit artikel worden de belangen van de media in de rechtspraak uiteengezet. Niet alleen de belangen vóór publiciteit over rechtszaken, maar ook de belangen tegen publiciteit over rechtszaken zullen aan bod komen.

Richtlijnen rondom mediagebruik

In de persrichtlijn 2013 over media in de rechtszaal, zijn regels gesteld aan de mate waarin journalisten tijdens een rechtszitting gebruik mogen maken van audio- en beeldmateriaal. Vooral in grote strafzaken zijn vaak kranten en nieuwszenders aanwezig om verslag te maken van de zitting. Volgens de richtlijn mag er in principe beeldmateriaal worden gemaakt van de rechtszitting. Niet iedereen mag in beeld komen en op verzoek van de verdachte of het slachtoffer mag de rechter besluiten dat bepaalde delen van de zitting niet worden opgenomen. 

Het feit dat media rechtszaken mag volgen en hierover mag publiceren is in lijn met het openbaarheidsbeginsel uit art. 121 van de Grondwet, art. 269 van het Wetboek van Strafvordering en art. 362 van het Wetboek van strafvordering. Via de media worden burgers voorzien van informatie. Dit heeft enerzijds tot doel om hen deel te kunnen laten nemen aan het publieke debat en anderzijds geeft het de mogelijkheid om controle uit te oefenen op het rechtssysteem. Doordat burgers kunnen zien hoe een rechter tot een oordeel komt, worden rechters gedwongen de uitspraak goed te beargumenteren en toe te lichten. Ook machtsmisbruik en willekeur wordt belemmerd door transparantie. Dit bevordert de kwaliteit van de rechtspraak.

Preventie door media

Daarnaast heeft het strafrecht in Nederland twee doelen: specifieke of generale preventie en vergelding. Vergelding betekent dat degene die een strafbaar feit heeft gepleegd, hiervoor een straf uitzit om hem te laten voelen dat hij verkeerd heeft gehandeld. Preventie betekent dat er wordt geprobeerd om (toekomstige) daders van strafbare feiten te waarschuwen voor de consequenties van die overtredingen en misdaden. Het strafrecht is er dus deels op gebaseerd om te voorkomen dat mensen strafbare feiten plegen, door hen te tonen wat er gebeurt als je het wel doet. Het openlijk behandelen van rechtszaken en deze tonen in de media draagt bij aan dit doel.

Ook aan het algemene recht van uitingsvrijheid en vrijheid van meningsuiting wordt uiting gegeven door openlijk te kunnen spreken over rechtszaken. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in meerdere uitspraken benoemd dat er geen verdere beperkingen mogen worden opgelegd aan journalisten in de uitoefening van hun functie dan noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Tot slot kunnen politie en justitie door grote media aandacht extra aanleiding voelen om zich in te spannen voor een bepaalde zaak. Dit kan leiden tot snellere resultaten.

Belemmering rechtssysteem

Aan de andere kant kan media in de rechtspraak leiden tot belemmering van de doelstellingen binnen het rechtssysteem. Zo kan grootschalige aandacht voor een bepaalde zaak leiden tot een oneerlijk proces. De onschuldpresumptie van verdachten kan dan aangetast worden. Verdachten mogen namelijk pas als schuldig worden aangemerkt, als zij zijn veroordeeld door de rechter. Als verdachten worden vrijgesproken terwijl ze al maanden worden zwartgemaakt in de media, is het een stuk lastiger om te re-integreren in de samenleving. 

Het proces zou nog in extremere mate kunnen worden aangetast door media aandacht als de onpartijdigheid van de rechter ondermijnd wordt. Het meest bekende voorbeeld hiervan is in de zaak van Lucia de b. Art. 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens bepaalt dat men recht heeft op een onafhankelijke en onpartijdige rechter. Zelfs professionele rechters kunnen door massale publiciteit beïnvloed worden. In de rechtszaak tegen Wilders, op 5 oktober 2010, begon de rechtbankvoorzitter met de volgende zin: ‘De rechtbank heeft het dossier gelezen, maar de rechtbank leest ook kranten en kijkt ook televisie tegenwoordig.’ Een van de grootste gevaren van media in de rechtspraak is dus de invloed op het proces.

Media en privacy

Verder zijn er natuurlijk altijd privacybelangen bij betrokken. De verdachte, de slachtoffers, nabestaanden en de directe omgeving van deze betrokkenen worden allemaal grootschalig besproken door de media. Alhoewel er nooit achternamen worden genoemd, alleen initialen, kunnen er natuurlijk aannames worden gemaakt over de identiteit van deze personen. Hierdoor kan ook de veiligheid van deze personen in het gedrang komen.

Zoals hiervoor aangegeven wordt een van de doelen van het strafrecht, generale preventie, gediend met openbaarheid van rechtszaken. Daarentegen kan ook worden gesteld dat de kern van het strafrecht, namelijk de waarheidsvinding, wordt aangetast door grootschalige media aandacht. Journalisten zullen proberen om een zo spectaculair mogelijk verhaal neer te zetten. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de beelden op televisie en in de kranten niet overeenkomen met de werkelijkheid. Burgers zouden een ander beeld kunnen krijgen bij de zaak, dan zich in werkelijkheid afspeelt. 

Media in de rechtspraak is belangrijk

Op Europees niveau is openbaarheid van rechtszaken van groot belang, maar een eerlijk proces moet wel gehandhaafd worden. In meerdere zaken, onder andere Worm/Oostenrijk, heeft het EHRM bepaald dat journalisten rekening moeten houden met het recht op een eerlijk proces, dat hun commentaar de kansen op een eerlijk proces niet mag schaden en ook het vertrouwen van het publiek in de rechter niet mag ondermijnen.

Uiteindelijk valt er dus zowel vóór media in de rechtspraak als tegen publiciteit veel te zeggen. Aangezien er aan beide kanten mensenrechten gewaarborgd moeten worden, gaat het om een lastige afweging tussen belangen.

Cato Verver

Ik ben een vierdejaars rechten student aan de Hogeschool Inholland in Rotterdam. Nadat ik mijn opleiding heb afgerond ben ik van plan om een masterdiploma te behalen in het ondernemingsrecht. Op dit moment benut ik mijn juridische vaardigheden tijdens een uitdagende stage bij De La Fuente Advocaten, en ik kijk uit naar alle uitdagingen die mij in de toekomst te wachten staan.
Scroll naar top