‘Ondernemingen’ voor de Handelsnaamwet

Als ondernemer heb jij een passie voor het product of de dienst die je aanbiedt. Een passie voor juridische aspecten heb je waarschijnlijk minder. Wel weet je dat het belangrijk is om je juridische zaken goed te regelen. In dit artikel over het beschermen van de naam van je onderneming, de handelsnaam, is besproken wat de juridische eisen zijn aan een goede handelsnaam. Nog even ter herinnering, onder de handelsnaam verstaat de Handelsnaamwet in artikel 1 ‘de naam waaronder een onderneming wordt gedreven’. Drie vereisten dus, een naam, ‘wordt gedreven’ en een onderneming.

Die handelsnaam, het eerste vereiste dus, kan zowel een beschrijvende naam als een eigen-, creatieve of fantasienaam zijn. Voor de beschermingsomvang van zowel de handelsnaam als het eventuele merk is het verstandig om een onderscheidende naam te kiezen. Zo kunnen mannen voor een klassieke scheerbeurt naar ‘Cutzooi Barbershop’, wordt je kleding weer schoon bij ‘Wassalon ’t Ruime Sop’ en koop je de LEGO-cadeaus voor de feestdagen bij de ‘Blokkenpiloot’ (bron: Namespotting).

De Handelsregisterwet verplicht jou als eigenaar tot inschrijving van jouw onderneming in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Bij de inschrijving vermeld je de naam van jouw onderneming. Door de inschrijving in het handelsregister ontstaat echter geen recht op de handelsnaam. De Handelsnaamwet bepaalt namelijk dat het feitelijk voeren van de handelsnaam beslissend is. Dat wordt bedoeld met het tweede vereiste uit artikel 1 van de Handelsnaamwet.

Onderneming

Het derde vereiste betreft het zijn van een onderneming in de zin van de Handelsnaamwet. Vaak zal dit vereiste geen probleem zijn. Wel is belangrijk om vast te stellen of jij als ondernemer valt onder de reikwijdte van de Handelsnaamwet en dus beschermd wordt op basis van deze wet. Je wil namelijk beschermd worden tegen misleiding of verwarring die ontstaat als jouw handelsnaam ook door anderen gevoerd wordt.

Al in 1976 besliste de Hoge Raad wat de definitie is van een ‘onderneming’. Er wordt uitdrukkelijk een koppeling gemaakt met de terminologie uit bovengenoemde Handelsregisterwet. Tot aan de Hoge Raad stelde de eigenaresse van ‘Tandem’ dat haar wederpartij ‘Tandum’ alle kenmerken van een onderneming mistte. De Hoge Raad besliste dat sprake is van een onderneming, indien:

  • sprake is van een naar buiten optredend georganiseerd verband;
  • op commerciële wijze wordt deelgenomen aan het economisch verkeer;
  • het oogmerk bestaat om materieel voordeel te behalen, dan wel dat men in concurrentie treedt met derden die op commerciële wijze aan het economisch verkeer deelnemen.

Deze vereisten zijn het uitgangspunt geworden en zie je terugkomen in latere procedures waarin betoogd wordt dat de wederpartij niet aan het ondernemingsvereiste uit de Handelsnaamwet voldoet.

Het Juridisch Loket

In 2008 oordeelde het Gerechtshof in Den Haag dat ‘Het Juridisch Loket’ niet viel onder de reikwijdte van de Handelsnaamwet en daardoor geen bescherming had op grond van deze wet. Het gevolg was dat zij niet kon optreden tegen de verwarring wekkende handelsnaam ‘Juridischloket.info’ van ‘ParaLegal’. Het Juridisch Loket’ is een stichting die zich het realiseren van effectieve en efficiënte rechtstoegang als doel stelt. ‘Het Juridisch Loket’ wordt volledig gesubsidieerd door de overheid (de Raad voor de Rechtsbijstand). Zij heeft dus zelf geen inkomsten en er kon dus geen oogmerk om materieel voordeel te behalen worden vastgesteld.

Ook geen onderneming…

Het Hof Den Bosch oordeelde in 2011 dat onderzoekscentrum TAN geen onderneming was voor de Handelsnaamwet. Het ging hier om onderzoek binnen het ziekenhuis en dus was geen sprake van een naar buiten tredend verband.

In 2016 probeerde Endemol om ‘Vechtershart’ als handelsnaam te beschermen. De kantonrechter in Amsterdam vond een tv programma toch ook geen naam van een onderneming. Dat betekende dat ‘Fightersheart’ rechtmatig gevoerd kon worden voor kickboksevenementen. Andere voorbeelden waarin geen onderneming werd vastgesteld zijn het Mannenkoor Urk (1969) en de Vereniging van Eigenaren Sondelergaast (2012)

Voorbereidende fase en nawerking

De strekking van de Handelsnaamwet is om nabootsing van handelsnamen tegen te gaan. Dat betekent dat als je in de voorbereidende fase zit van je onderneming je handelsnaam beschermd kan zijn. Belangrijk is wel dat je naar buiten toe treedt. Dat hoeft nog niet naar je uiteindelijke doelgroep of consument te zijn, maar er moet wel sprake zijn van een publiekelijk karakter (HR Consulair/Air Holland 1985).

Ben je gestopt met je onderneming? Dan zal sprake zijn van enige nawerking van de handelsnaam. Zeker bij een bijzondere mate van bekendheid. De vraag blijft onbeantwoord hoe lang die nawerking zal zijn. Hoe lang zullen we bijvoorbeeld nog de ‘Boerenleenbank’ kennen? (Rechtbank Den Haag 2011).

Tot slot

Heel veel ondernemingen zullen een naar buiten tredend verband zijn en op commerciële wijze aan het economisch verkeer deelnemen. Veelal zal ook sprake zijn van een oogmerk om materieel voordeel te behalen. Realiseer je dat als je niet voldoet aan deze vereisten, je niet valt onder de reikwijdte van de Handelsnaamwet. Je kan dan niet op grond van de Handelsnaamwet optreden tegen de verwarring wekkende of misleidende handelsnaam van je concurrent. Toch sta je dan misschien niet met lege handen. Ter bescherming van namen die geen handelsnaam zijn in de zin van artikel 1 van de Handelsnaamwet, kan eventueel een beroep worden gedaan op de merkenrechtelijke bepalingen uit het BVIE, de Auteurswet en onder omstandigheden bestaat bescherming op grond van artikel 6:162 BW.

Anne-Fleur Filemon

Anne-Fleur Filemon helpt ondernemers binnen het intellectueel eigendomsrecht en is tevens coördinator van het Intellectueel Eigendom LAB van het lectoraat Recht en Rechtvaardigheid bij de opleiding HBO-Rechten van Hogeschool Leiden. Haar expertise ligt bij merken, handelsnamen en reclame. Zij volgt een IE-procesrecht specialisatie opleiding, waardoor zij ondernemers nog beter kan adviseren.
Scroll naar top