Wet DBA: de verschillen tussen de werknemer en zzp’er.

Het Kabinet heeft in februari 2018 besloten de handhaving van de Wet DBA, die op 1 juli 2018 zou ingaan, uit te stellen tot 1 januari 2020. Deze wet moet opdrachtgevers en zzp’ers meer duidelijkheid geven over hun positie/rechten. Eind november 2018 is echter duidelijk geworden dat een deel van de maatregelen uit de wet waarschijnlijk in strijd is met Europese wet en regelgeving waardoor de handhaving opnieuw is uitgesteld, nu tot 2021. Zzp’ers en hun opdrachtgevers zullen tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen wanneer achteraf blijkt dat er sprake is van een (verkapt) dienstverband. Wel zal het kabinet vanaf 1 juli 2018 maatregelen nemen om ‘kwaadwillenden’ aan te pakken. Het moet hierbij gaan om kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan.

Verschil werknemer en zzp’er
De Wet DBA heeft als doel een duidelijk onderscheid te maken tussen de zelfstandige en de werknemer. Maar wat is dan precies het verschil tussen deze twee?

Een werknemer heeft in beginsel een arbeidsovereenkomst met een werkgever. Deze arbeidsovereenkomst is een contract als alle anderen. Er is sprake van een arbeidsrelatie indien de werknemer voldoet aan de volgende eisen:

  1. Ten eerste dient de werknemer persoonlijk arbeid te verrichten in het belang van de werkgever. De arbeid dient dus bij te dragen aan het bereiken van het maatschappelijke doel van het bedrijf van de werkgever. Het persoonlijke karakter van de arbeid is een belangrijk element om een onderscheid te maken tussen een werknemer en een zzp’er. De zzp’er heeft immers geen verplichting tot het persoonlijk verrichten van de arbeid. Hij mag in beginsel een ander sturen om de opdracht te verrichten.
  2. Ten tweede dient de werkgever loon te betalen aan de werknemer. Deze verplichting geldt in beginsel ook voor de opdrachtgever aan een zzp’er.
  3. Ten derde dient de werknemer in dienst te zijn van de werkgever. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een gezagsverhouding waarbij de werknemer ondergeschikt is aan de werkgever. Deze term omvat het recht van de werkgever om toezicht uit te oefenen, leiding te geven en aanwijzingen of instructies te geven. De werknemer is verplicht om deze instructies op te volgen. De gezagsverhouding omvat vaak het grootste discussiepunt over het onderscheid tussen de beide werkenden. De opdrachtgever heeft wel een mogelijkheid tot het geven van aanwijzingen over hoe het werk moet worden verricht door een zzp’er. Hoe ver deze aanwijzingsbevoegdheid gaat, is echter moeilijk te zeggen. Hij heeft in ieder geval geen vergaande gezagsverhouding zoals de werkgever dat wel over zijn werknemer heeft. Er is op 1 januari 2019 een aanpassing doorgevoerd aan het Handboek Loonheffingen waarin de gezagsverhouding verder is verduidelijkt. De nieuwe bijlage bevat een toelichting op de relevante elementen bij de beoordeling of er sprake is van een gezagsverhouding. Er worden verschillende indicaties en contra-indicaties voor het bestaan van een gezagsverhouding benoemd. Over deze indicaties en contra-indicaties kun je hier meer lezen.
  4. Als laatste dient de werknemer gedurende zekere tijd arbeid te verrichten en dient er altijd te worden gekeken naar alle feiten en omstandigheden. Dit wordt ook wel het ‘wezen gaat voor schijn’ principe genoemd. Op deze manier hebben de rechters de bevoegdheid om door zelfontworpen constructies van partijen heen te kijken.

Indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan krijgt de werknemer meer bescherming dan de zzp’er (denk aan doorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming etc.). Dit brengt uiteraard ook extra kosten met zich mee waardoor werkgevers dit in sommige gevallen willen voorkomen. Indien er immers sprake is van een zzp’er dan gelden de beschermende artikelen uit het arbeidsrecht niet. Omdat onduidelijkheid over de arbeidsrelatie onwenselijk is voor zowel opdrachtgever/werkgever als de opdrachtnemer/werknemer, heeft het kabinet dit geprobeerd te reguleren met behulp van de Wet DBA. De Wet DBA is al in werking getreden op 1 mei 2016 (slechts de handhaving ervan is uitgesteld). Partijen kunnen volgens deze wet gebruik maken van modelovereenkomsten. Deze modelovereenkomsten kunnen op dit moment nog steeds gebruikt worden, maar zijn niet verplicht. Ook is het slechts gebruiken van een modelovereenkomst niet voldoende. Partijen moeten ook in de praktijk volgens deze overeenkomst handelen. Ook hierbij gaat dus wezen voor schijn.

Wil jij meer zekerheid over jouw positie? Lady Lawyer kan jou onder andere helpen met het opstellen van een overeenkomst van opdracht om schijnzelfstandigheid te voorkomen.


Macey Veldhuis (1993) is een enthousiaste juriste met een passie voor het arbeidsrecht. Momenteel is zij bezig met het afronden van de master Nederlands recht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast heeft zij praktische ervaring opgedaan in onder meer het privacyrecht door werkzaam te zijn als bedrijfsjurist. Met veel kennis en enthousiasme deelt zij graag haar kennis over het recht door regelmatig te schrijven voor Ladylawyer.nl.